Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OEFENINGEN. 23J

legge men het te verwene Katoen of ongebleekt Lijnwaad , dat vooraf zeer zuiver gewasfchen is; laate het 'er 10 of 12 uuren in weeken en bijten; neeme het 'er uit; drukke bet driemaalen in zuiver koud water uit; dompele her nog vogtig in een niet te zwak lijmwater, en droog het in de fchaduw, na dat alvóórens het lijmwater 'er alleen uitgedrukt en niet afgewasfchen is. Ruw,ongebleekt, niet te vast gedraait Linnen of Boomwollen Gaarn, 't welke re vóóren geloogd, dat is, eerst in heete loog, en daarna in zuiver koud water wél uitgewasichen is, is hiertoe het gefchikfte; neemt de bijting en koleur ligter aan, dan gebraaide of geweevene ltoffen. Aan ieder Pcreng Gaarn doet men twee zeer losfe en wijde lusfen van bindtouw ; door middel derzelven kunnen de {brengen, als zij geduurende de bijting of verwing verwarren , ligtelijk weder uit elkauderen gehaald en te recht gebragt worden. Het lijmwater, waarmede de ftoffen, na de bijting in de loodkalköplosfing ('dat is in die van het goudgelit) moeten genat worden, bereidt men van gemeene lijm , opgelost in water, zoodanig dat het niet te dik , maar genoegzaam vloeijende is. Het brengt veel toe tot eene verzadigde en vaste koleur.

2.

Men neeme een en een half lood gepulverifeerde Galnooten, kooke ze in 34 oneen zuiver water. Na de ftoffe een half uur gekookt heeft, doe men 'er één en een half lood keukenzout, en terftond

Sluiten