Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I48 ELFDE GESPREK.

„ ken van dat (lag zag ik overal daar omftreeks „ als mede in Syrië gebruiken; de rede is, om „ dat een man te gelyk de osfen dryft en den „ ploeg beftuurt, weshalven zy wel genoot„ zaakt zyn de gemelde osfenftokken te ge„ bruiken".

MIETJE. Wie wierd vervolgens Richter?

VADER.

Na dat 't tènd eenige jaaren was, in rust geweest, cn-'de Israëliërs vrede hadden genooten, vergaten zy al wederom Gods groote daaden, en bezondigden zich; waarom de Heer een der Kanaanitifchè Vörfcexi toeliet dat volk te onderdrukken, namelyk jabin een Koning, die in 't noorderdeel van Kanaan te Hazor regeerde, die zeer onregtvaerdig de Israëliten twintig jaaren met veel geweld onderdrukte, jabin had tot zyn Veldoverfte sisera; als nu deze met negen

hon-

Sluiten