Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25 Augusti 1797.

mijn uitftel, althans voor drie maanden , moge worden toegedaan.

Waar op gedelibereerd zijnde is goedgevonden en verftaan , dat in het verzoek, ten Requeste gedaan, niet kan worden getreden, en wordt het zelve mitsdien gewezen van de hand.

H

et Request van G. A. van Randwijck ; van Aen. Mackaij, en van W. H. Buijtenhuijs, alle houdende verzoeken om te mogen worden gecomprehendeerd onder die geenen , welke een recht van aanfpraak hebben op de fchadevergoeding door de rampen van den Oorlog binnen deeze Provincie gecaufeerd , en bij Publicatie van 30 Mai 1797 gementioncerd, met auctorifatie op de Commisfarisfen tot den ontfangst van de lijsten dier fchadens, om die van de Requeftranten aan te neemen, en hun tot justificatie van dien conform de Publicatie te admitteren; zijn gefteld in handen van de Gedeputeerden ter Financie, om na ingenomen Bericht van den Raad der Stad Nijmegen , daar op in naame van het Quartier te disponeren.

tiet Request van J. H. Boshart; van Aleidavan Soest, Weduwe van E. Brans; van Jenneke van

de

Sluiten