Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 19 )

De Ongelukkice.

Den Heer B., die mij 's daags te vorea bij hem ten eten gevraagd had, vond ik

in het Coffijhuis. Hij ftelde mij

voor eene korte wandeling te doen. —

• Dat is een droevig geval met de dogter van Prof. X. —■

Ja, zeide ik, maar ik weet geene bijzonderheden.

Ik zal u in het korte de hiftorie verhalen, hervatte de Heer B. ■

Een Student van groote familie woonde voorleden jaar tegen over het huis van Profesfor X. , wiens dogter een fchooa meisje is , en. heerlijk de Mufijk tracteerd; dikwijls lag hij in het vengfter-»

raam van zijne kamer; 's avonds

fpeelde hij meestal op de viool of fluit

travers; hij fpeelde bij uitftek fraai. .

B 2 Hoe

Sluiten