is toegevoegd aan uw favorieten.

Werken van het Amsteldamsch dicht- en letteröefenend genootschap

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRIJSVERZEN*

Zoo gaatge op hemclmann' te feest* Zoo klimt gij rustig, zelfs langs moeijelijke trappen,

Ter waare Wijsheid op. God zelfverlicht uw' geest 5 Dat fpoort uw' ijver, en de nutte Weetenfchappen En Kunsten ncemtgc, tot dit heilig doel, te baat; Gij leeft met oordeelkunde en ondervinding raad. — Hoe ftreelen, Vroomhart! uw geheiligde oefeningen , Mijn wijsheidminnend hart! Geloofs befpiegelingen!...

Zagt — dat ik haaren loop niet Hoor*— Uw boezem, vol gevoel, zoekt lucht door mond en oogen;

Uw traancn ipreekeu; en ik hoor Dees juichtaal van uw hart, aanbiddende opgetoogen.

„ ó God van hemel en van aard' J Tot hoe veel heil hebt Gij het leeven mij gefchonken,

Mijn ziel en ligchaam rijk begaafd, getrouw bewaard? Wat zalig lot geniet een aardworm, laag gezonken In eenen afgrond van ellende, zonde en fchuld ! Hoe lang beledigde ik uw goedheid en geduld! En Gij! Gij fpaardet mij. Langs wondre liefdewegen, Woudt Gij verdienden vloek verwisfelen in zegen.

Gij riept mij tot het hoogst geluk; Gij trokt mij, om tot uw' Genadetroon te komen, En hebt het doodlijk zonden juk Van mijnen hals, mij in uw' vrijen dienst, genomen.

Mijn