Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

óver het HELDENDI C H T. 17

óns voornemen niet orn hier angitig over het nut der regelen (9..) te handelen : de Heer Voltaire fpreekc eenvoudig en klaar, ieder is inftaat om zijne argumenten te vatten: hier door vordert hij dat wij even ongezocht hem beantwoorden. Ik vraag derhalvcn op mijne beurt, even eenvoudig, welke denkbeelden ik mij vormen moet, wanneer ik een Heldendicht noem? ik moet immers aan deezen naam zekere denkbeelden hechten, die mij een Heldendicht doen onderfcheiden, van alle andere foörten van Dichtflukken, en wat zijn deeze denkbeelden anders, dan de wezenlijke regels van het Heldendicht ? Met deeze weg te nemen word da Zangberg, daar tot hier toe iedere Mufe haar eigen gebied gehad heeft, 't welk met juiste fcheidpaalen van dat haarer Zuster is afgefeheiden, eene wildernis vol ver-* warring, 't Is waar, ecnige althans van de ftraks genoemde Geniën (lo.) hebben aan geeue opgegeven©

re»

(9.) Die eene kundige onbevooroordeelde verhandeling over' het nut en het misbruik der regelen voor de. fchoone Kunften iQ' Ket algemeen, begeert na te zien, fla de voortreffelijke redevoering van Gellert op, ten tijtel hebbende Wie weit Jich der NutJen der Regeln in der BèredfamktH ttr.d Poëjie erftrecke; en te vin» den in het 5',e Z>. van zijne fammtUchc fchriften, Leipz. 1775:

(10.) Men beflist dit vaak zo ftout; dan het is zeer moeilijk, te bepalen, wie der omgegeven Dichters theoretifche lesferi, wie de Natuur en hunne Genie alleen gevolgd hebben. Wij weten* van Homerus tijden niet genoeg om hier uitfpraak over te kunnen doen j' maar dit is zeker, dat Virgilius theoretifche regels' voor zich uit Homerus getrokken heeft, anders bad hij hem zo* gelukkig niet kunnen navolgen: en wat moet men ran'Tatfo erï

Sluiten