Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over het HELDENDICHT. %g

geeft, dat verrukkelijk, dat tastbaar wonder der kunst, daar geen wellust bij halen kan , niet dikwerf gefmaakt heeft? voor wicn niet menigmaal de gewoone nitvloeifels der treurigheid, de traanen, beeken vaa pnuitfpreeklijke geneuchte zijn geworden ? Hoe vaak heb, ik dien wellust van een gevoelig hart ondervonden in eene achtbaare Kerk, op een graf Harende, daar een aandoenlijk opfchrift mijne geheele ziel aan kluifterde — elke traan, die daar mijne oogen ontliep, was mij dierbaar. — Voor geen vermaak had ik 'er een cen'ge van gemist. Het belang, inmiddels, alleen doet die lieffelijke traanen Horten — maar wat verwekte dit hevig belang bij mij ? hoe vaak heb ik een even aandoenlijk graffchrift gelezen, 20nder dat 'ermijn hart geheel mede vervuld wierd. ik heb dit gevoel gepoogd te ontwikkelen, en zie hier wat het gevolg van mijne poging geweest zij, en welke gevolgen ik 'er ter bevordering van het belang uit alleide.

Het Achtbaare van eene Kerk — de Godsdienftige eerbied, die ze in ons hart verwekt, die door het denkbeeld, dat wij, van enze jeugd af, aan deeze gewijde plaats gehecht hebben, onmerkbaar, maar fterlc toeneemt, beving mij, zo dra ik derzelver breede en krakende deuren binnen trad. De uitgeftrektheid van 't gebouw, daar ik de eenige levendige in was — de holle galm, dien ik op de minfte beweging verwekte — joegen eene huivering over mijn geheele lijf. De verwarde herinnering, die ik op dat oogenbhk in mij ontwaar ,wcrd, dat het hier was, dat men de woelige B 5 ver-

Sluiten