is toegevoegd aan je favorieten.

Werken van het Amsteldamsch dicht- en letteröefenend genootschap

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRIJSVERZEN, 69

Nog blijf ik op uw godlijk beeld, Volfchoone Naarftigheid! met diepen eerbied ftaaren ; Daar al wat reden heeft in uwe gunsten deelt, Klinkt, boven al, uw lof uit godgewijde fnaaren.

De christen heeft een' dubblen drang Om u, 0 zaalge deugd! te roemen in zijn' zang; Getroffen door 't genot der aardfche zegeningen Die gij hem mildlijk fchenkt, knielt hij voor de oppermagt; Zijn geest zweeft boven 't ftof in heil befpiegelingen, En hij verliest zich zelv' in 't goed dat hij verwacht.

Van waar die kennis, deze vreugd, Dit uitzicht op een heil door ramp noch tijd te fchennen ? Gij zijt het, gij alleen, 0 nooit volpreezen deugd! Die hem, door onderzoek, de goedheids bron deedt kennen;

't Geweten dwingend bijgeloof, Voor de infpraak van 't verftand, voor redens lesfen doof, Verzaamle vrij zijn kracht om dezen te overfchreeuwen: Het noem' hem ketter, wie uit eigen oogen ziet: Zijn ftandaart, hoe gevreesd in donkre midden-eeuwen, Dieftaf der wreedheid, heerscht, finds ge ons verlichtte, niet.

E 3 Nu