Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMSTEXDAMSCH GENOOTSCHAP DER HEELKUNDE. Sog

Eene vrouw werd, in 1753, een foorrgelijk ongemak uit de onderfte lip weggenomen: „ de „ wond werd binnen drie weeken genezen; ,, maar in de vierde week begonnen de klieren, „ onder de tong en kaak, fchielijk te zwellen, „ en zodanig in grootte toeteneemen , dat zij, „ binnen negen weeken na de operatie, haar als „ verdikten , en haar leven eindigden." (y)

In 1747, werd een knoestgezwel , Hechts ter grootte van een muscaatnoot , uit de rechter borst van eene vier-en-dertigjaarige lijderesfe gefheden : in de derde week kwamen er twee „ kleine knobbeltjens in het vet, onder de huid, „ tusfchen de borsten, op het borstbeen; deeze „ werden aanftonds weggenomen : eenige dagen „ daarna vertoonden zig drie foortgelijke knob„ bekjcns, twee op het borstbeen, en één aan „ den binnenkant van de linker borst: het laat„ fte groeide dagelijks aan, zo dat het, binnen

agt dagen , zo groot was als een okernoot: „ de klieren onder den linker okfel begonnen „ insgelijks te zwellen , en hard te worden —

haar ongemak heeft zig vervolgends geopen-

baard door opene kankerverzweeringen, wel-

O) acrel , Heelkundige Waarnemingen, Ned. Vert. 'sH&age 1781. pag. 36".

R 4

Sluiten