Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REDEVOERING. 35

den wij het dan van onzen pligt niet rekenen , alle natuurlijke, alle gefchapene dingen, volgens Gods eigen wil, waar te neemen, te onderzoeken en te doorzien ; en daardoor gelegenheid te zoeken, om den roem van het hoogfte Wezen te verbreiden ?

Dus voorzeker hebben mannen, die met het Godlijk licht beftraald waren, en het leiden van een heilig leven met allen ijver wilden bevorderen, ten allen tijde zonder eenige aarzeling gedacht: dit nu kortelijk aan te toonen, vordert de orde van mijne Redevoering.

Veele uitmuntende proeven van dezen aart, geeven ons de heilige mannen, in hunne gewijde Schriften. Maar wij, die heden niet al te wijdloopig mogen zijn, zullen alleenlijk op deze drie Stukken letten.

Voor eerst merken wij aan, dat de heilige mannen van de fchepfelen tot den Schepper gewoon waren op te klimmen: dat zij ten anderen Deszelfs eigenfchappen, die hun door de befchouwing van het gefchapene, opeenigerlei wijs, kenbaar geworden waren , opmerkten en erkenden: en eindelijk, dat zij dezelve met een blij gemoed verheerlijkten.

Wat het eerfte betreft, dat de heilige mannen overal in de heilige Schrift, alles, wat in de Natuur beftaat, en door de Godlijke VoorB 5 zie-

Sluiten