Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

228 Leerrede over de gezegende ulfvferh van Petras

de een gewrogt was van den H. Geest, die ingevolge de aloude Godfpraaken thans over hun was uitgeftort, vs. 14—21. Hij verzekerde hun, dat Jefus van Nazareth, dien zij zo fchandelijk verworpen hadden, de oorzaak was van de verbaazende verandering, welke men in hun befpeurde. Hij maakte hun bekend, dat deze Jefus, aan wiens dood zij medepligtig waren, met eere en heerlijkheid bekroond, en tot een Heer en Zaligmaaker gefteld was, gelijk God daar van getuigenis had gegeven, door Hem op te wekken uit den dooden, vs. 22—37. Deze redevoering maakte, door de kracht van dien zelfden Geest, die op de Apostelen rustte, een zeer gezegenden indruk op veeier harten, zo ais ons wordt verhaald in de woorden uwe aandacht voorgeleezen.

Onze Text behelst dan, de hartelijke aandoening cn bekommering van Petrus toehoorders omtrent de belangen hunner zielen , en de gepaste beftiering, welke de Apostel hun gaf op hunne ernftige vraag daar omtrent. Wij alle hebben bij deze ftoffe het grootfte belang, zullen wij behouden worden van den toekoomenden toorn, zo moeten onae harten verbrijzeld, en wij gedrongen worden om een fchuil* plaats in Jefus bloed te zoeken, cn ons geheel en al overtegeeven aan zijnen dienst. — Och of de Heere onzer aller harten doorwondde met een leevendig bezef van onze overtredingen, och of wij allen waarlijk bekommerd mogten vraagen naar den Heere en zijne fterkte! Amen. Eerst willen wij kortelijk onze textwoordentoe-

lich-

Sluiten