Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

138

AANMERKINGEN

zagtfie en voor 't algemeen vleijendfte benaaming ge„ tioemd worde, doch die in het weezen der zaak en met de daad geenzins zo aangenaam en zagt bevonden wordt „ door hen, die daarmede iets te doen hebben." Onder de bedoelde Schrijvers nogthans is Xenophon de geen, die uit zijne Schriften blijkt het meest daar door getroffen geweest te zijn. Op verfcheidene plaatfen, niet alleen in de Cedenkwaerdigheden van Socrates, maar ook in zijne Cyropaedie, zinfpeelt hij op de valfche Gelijkheid zijner tijden, b. v. wanneer, (Lib. I. Cap. 3. §. 10.) den jongen Cyrus zijnen Groot-vader met alle deszelfs Gasten dronken ziende, zo dat, Aftyages vergetende dat hij Koning' was, zij dat ze Onderdaanen waren, allen te gelijk met luider ftemme praatten en fchreeuwdcn, Xenophon den jongeling doet zeggen: Nu begreep ik eerst, wat het is gelijk recht van [preken te hebben; en wanneer hij elders Chryfantas zig dus doet uitdrukken: Ik voor mij oordeele, dat 'er geene grooter ongelijkheid onder de men[chen gevonden wordt, dan wanneer een braaf man en een fegthco[d één en V zelfde wacrdig gekeurd worden ; eene uitdrukking, waarvan de jongere plinius zig ook bedient, als hij fchrijft (Lib. IX. Ep. 5.) " Maar ik kan „ mij niet bedwingen, dat ik u niet prijzen zoude, door „ dezen lof U tevens, als 't ware, vermaanende, dat Ge „ voor regelmaat houdet,het onderfcheid van rang enflaat „ tusfchen elk naauwkeurig in acht te neemen; want, als „ men die onderfcheidingeu vermengt, verwart, en in „ wanorde brengt, dan is 'er niets ongelijker dan deze ,, Gelijkheid zelve."

Pag. 37. De Athenienfers, zig verhovaerdigende op de zegepraalen, die zij op de Perfers bevogten hadden enz. } Bijna letterlijk heb ik hier plutarchüs gevolgd in \Leven van Ariflides (Tomo I. pag. 332. c.) " Daar

Art-

Sluiten