Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WIJSGEERTE.

Gij hebt mij doen lachen over uwe aanme'r. king; over deeze naamlijk, dat ik, zo wel als. Simon de Fries, na mijn dood, een prijsvraag zal verfchaffen, om mijn levensgefchiedenis te befchrijven! — Hoe is deeze berugte Simon de Vries u toch in de gedagten gekomen? — Deeze Man, en dit mooglijk is alles wat men van hem zeggen kan, heeft ongemeen veel boeken gefchreeven! — Maakt gij ook deeze toepasfing op mij ? dan bedank ik er u hartlijk voor.

In mijn jeugd had ik, met meer moeite en zorgen, dan Alexander befteedde om de toenmaals bekende Waereld te overwinnen, mij alle de werken van dien volijverigen Schrij. ver, (welken op de laagfte markt zijn,) aan.' gefchaft. — Dikwerf had ik ze geleezen en herleezen, en eindlijk kwam het mij in 't hoofd} om ze in een mande te pakken, en te beproeven of ik ze draagen kon. Wat ik deed of niet, het was mij onmooglijk, de mande, van wegens haar zwaarte," op mijn fchouder te kunnen krijgen. Dit veroorzaakte mij een onuitfpreeklijk verdriet. Neen! neenJ riep ik: nooit zal ik zulk een groot Man worden als Simon de Vries geweest is; in het best van mijn jeugd ben ik pog nie| eens B 4 in

Sluiten