Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TRAANEN. P.^

meer verwijderden fchat door zien en hoo->

ren nog ophouden doch kan niet

meer — alles is voorbij! mijn oog ftaart op ijdel ; mijn oor hoort niets meer, dan die diepe, die roerende ftilte — welke ledigheid-^ en nacht rondom mijTchept.

Nu is alles wat mij van mijne zoo lieve Moeder overig was, weg; en ook die zwakke troost van te ftaan, en te wecnen bij haar gevoelloos lijk is mij ontnomen. De plaats, die zij zoo treurig in de doodkamer befloeg, is ledig; en alles gilt mij daar toe: „ Zij is weg en komt niet weder!"

Ach neen! - zij is voor altijd weg <

ik zal wel tot haar heenen gaan, maar zij zal tot mij niet weder keeren. Grievend denkbeeld! gij verfcheurt mij 't hart!

Dit is dan het einde aller levendigen, dit is ook het lot van deze zoo geëerbiedigde - zoo teder geliefde Moeder; eene Moeder die het leven aan tien kinderen gaf, die hen allen met de tederfte zorg op-

Sluiten