Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L 7 3

ziekte niet weg \ veele deelen def ingewanden" leeden zeer daar by, en 'er hadden fterke roe. ringen in den buik by plaats, zynde de afgang der zoodaanigen raauw, veelvuldig, dun erf zwart. Van hunj die zwarten en dunnen af» gang hadden, is 'er niet één doorgekomen.

De waterlooziftg altyd gering [urints tenues )t het water ros, en het Wateren zeldzaam 'uthicS paucie ), het zweeten veel; er deeden zich geene kenmerken, geene gnnftige tekenen, noch* iets anders op, dat de gefteldheid der ziekte konde doen beóordeelen * ). Want 'er hadt ( by den ftoelgang) geene regte bloedlöozing plaats, noch'er openbaarden zich geene gewoonlyke,dë ziekte kentekenende ,ettergezwellen ( abfcesfus) j want dè pestbuilen waren zeer zeldzaam. Doch zy, by welken uitflaande vlakken f ) zich opdeeden , zyn allen geftorven. De pestkoolen, die 'er toen gevonden wierden, duidden een overvloedig en hevig vergif (vènenum depas. eens) aan.

De herfst was vogtig g ), een betrokken lucht,

de

*) Nihil judicatorii, nihil commodi, 'neque jadicatörïum aliud apparebat.

f) Menens «egt, dat dezelve do'odelyk zyn; zie öbs, med. P. II c. 2 p. 102. — Insgelyks Klint l. c. p. 305 en Lange Rudiment. Doctr. de peste p. 20.

f) Onze foldaaten [zegtHugo p. 52] wierden door geene ziektens gekweld. daar integendeel eene zwaare pest en najaars koortzen onder de vyanden woedden

Sluiten