Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING. 23

plaatfte. Een zeker fehrijver (h) zegt daarom van Keizer Jofeph den Hen, met opzigt tot deszelfs ftaatkundige veranderingen: Hij hield hen, dien de oogen pas geligt waren, de heldere middagszon voor de oogen; wat wonder, dat zij meer verblind dan verlicht werden. Dan dit, hier, ilcgts in 't voorbijgaan.

Maar is het ook niet eigen aan het menschdom, in uiterften te vallen? De Engelfchen, welken nog, onder Elizabeth, groote voorftanders van de koniuglijke waardigheid waren, hadden, kort na den dood van Karei, den I. , zulk eenen afkeer van dezen regeeringsvorm, dat zij zelfs de tweede bede van het allervolmaaktlte gebed veranderden, en zeiden: uw gemeenebest kome! (/) Colbert had zodanig een fchrik voor gebrek aan koorn, door den hongersnood van 1662, dat hij allen uitvoer verbood, zelfs van de eene provintie naar de andere; en hetzelve tot eenen geringen prijs deed dalen. Wat was het gevolg? dat men in den jare 1724, zelfs zonder miswas, in gebrek viel. Tegenovergeftelde dingen brengen wel eens dezelfde uitwerking voord; en Bayle's fpitsvindig vernuft mogt zeer diep navorsfehen, of bijgeloof nadeeliger was dan ongeloof: het gemeen menfehenverftand, door ondervinding geleid, zal aan geen van beide een verwoestend vermogen betwisten. Zo ook,

wa'n-

(7>) tieftrunk uber Staattkunfi uml gefazgebung, S. 161. (jj iiume, 1). VII. bl. 215.

B 4

Sluiten