Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïo ZEVENDE SAMENSPRAAK.

leen op God zag , zonder zigzelven te leeren kennen, of zyne eigen krachten te beproeven.

Eut. Wat gelegenheid tot den Mofa'ifchen knechten-dienst gegeven hebbe , zullen wy op eenen anderen tyd, zo gy wilt onderzoeken, en geene laatere begrippen in eenen ouderen tyd, toen ook de zedekunde van melk en honing vloeide, overbrengen ; Ondertusfchen zult gy met my erkennen, dat het goed is, dat een kind zyn vader volge; Nu, in dezedelyke Poëzie der Oosterlingen is het denkbeeld van God, de Zon aan den Piemel die den geheelen gezichteinder van het menfchelykaanwezen verlicht; en byzondere betrekkingen en plichten met de fcherpte van eene ftraal aanwyst en verheldert; Die Zon komt ons thans al te heet en glansryk voor, mi;ir voormaals was dezelve noodig, want deze eenvoudige kindfche zedeleer, op het aanfehouwen van het Opperwezen , als 't ware, gebouwd, en geheel van God afgeleid, moest de volkeren der aarde op den weg brengen, en moest dus kindsch, eenvoudig, geftreng, en verheven; voorgedragen worden ? In deze en de toekomende wereld

was

Sluiten