Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tz6 ELFDE VERHANDELING

Gy hebt ons eeten laten traanen • brood!

Van'traanen ous den beker vol gereikt;

Gy hebt ons onzen nabuuren ten fmaad gezet,

ten hoon der vyanden rondom ons heen.

God Zebaoth! verkwik ons weder 1

Lpit uw aangezicht glanzen, zo is onze hulp daar!

Uit Egypte haalde gy den wynflok, en dreefc de volkeren uit j e» plantte denzelven; eh. verjoegt voor hem weg, en wortelde hem in;

dat hy het land vervulde.

Zyne fehaduw dekte rondom de bergen; en Cederen Gods waren zyne takken. Gy deedt voortzetten zyne ranken tot aan zee; tot aan den Euphraat zyne fcheuten. Waarom verbrakt gy zynen muur ? Zo .dat hem berooft, die voorby gaat. Uitgewroet heeft hem dc wilde zog-; het wilde dier he.m verdelgd. God Zebaoth , o keer toe ons wader ! Aanfchouwvan den Hemel, en zie; Bezoek uwen wynftok weder, befchut hem, dien gy geplant hebt met eigen tënd,(wmj

Ver-

(mn) De woorden f> nnïsx laat ik weg,

dewyl zy geen zin geven; mee hoe veele moeite,

-en

Sluiten