is toegevoegd aan uw favorieten.

De gelykheid der menschen, en de pligten, daaruit voortvloeijende; dichtstuk.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER MENSCHEN. 5?

En, fchoon dees hooger toon die weêr een' laager fpeelt,

Een juiste eenhemmigheid bedreven ooren ftreelt,

Dus ook, Astréa! als een volk uw wet wil eeren,

Als elk zyn' broeder hoed voor 't geen zyn heil kan deeren ,

Dan bind ook de eendragt, door een' zachten herken band,

De fchaamle burgers met den middelbaaren ftand,

En deeze ftanden met de grooten, edlen, ryken:

De fchoonfte éénftemmigheid doet twist en wrevel wyken.

Zo blinkt het fterrenheir, met ongelyken glans

En.ongelyke grootte, aan 's hemels blaauwen trans ;

Hier ziet ge een flonkerfter met heldre vlammen pronken,

Daar fpreid een minder fter haar licht met kleiner vonken»

En ftrekt tot luister van een grooter hemellicht:

't Schynt dat de vrede hier haar' zetel heeft gefticht,

En dat een liefde, die ah' de eeuwen zal verduuren,

De ontelbre menigte van groote en kleine vuuren

Verheugd ten rei doet gaan, aan 't ruime hemelrond.

Ach! of men ook die liefde en duurende orde vond In 't menfchelyk bedryf, ëene orde, die de menfehen

Verfmaaden op deeze aard', fchoon zy die namaals weufchen ! 330 • Dan