is toegevoegd aan uw favorieten.

'sWerelts begin, midden, eynde, beslooten in den trou-ring, met den proef-steen. Van den zelven.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4S4 MARC. ANTONIÜS

Zy laat dan uit het wnud, of uit de naafte dalen;

Zy laat tot haar gebruik een feilen afpik halen ,

l Die werd haar van een boer, te midden door de wachc;

Die werd haar in een korf met fruiten toe gebracht. En of fchoon ?an den man het rot beftond te vragen» Wat aan de Koningin hem is gelaft te dragen, De vriend is niet ontzet, hy toond het fchoon gewas, Gelyk het was bedekt met kruid en edel gras. Hy toond 't niet alleen, hy bied 't aen de gaften1, Maar niemand onderneemd de fruiten aan te taften; Dies gaet hy ongernoeit, men leid den Huis man in, Die geeft hem óp de zaal, en voor de Koningin, Hy doet gelyk hy kan, hy neigt hem met de leden, Hy fpreekt geen Hooffche taal, maar onbeveinsde reden, Zy taft de fruiten aan, en roert het edel kruid, Maar des al niet te min daar quam geen adder uit, Zy werd geen beet gewaar dit he'eftze vreemd gevonden, "Vermids het zeker was een ilang te zyn gezonden: Zy treed wat nader, toe cn licht een vygen blad, En zag hoe vreemd het beeft daar in gedoken, zat. Het droeg vier in het oog, een huid metroode plekken, Ook bobbels vol fenyn die hem de tanden dekken, En drilt zyn zwakke tong Als zy den adder zag, Zoo fprak zy zonder fchrik , en met een zoeten lagi Wel beesje zyt je daar? ik wacht u met verlangen, Gy moet noch even zelfs in de?en boezëm ftngcn, Gy moet te dezer uur genezen mynen druk, En maken een befluit van al myn ongeluk. Wel aan dan tyd te werk, waarom zoo feil gezeten? Ik wenfche wat ik mag van u te zyn gebeten? Kom fpant u krachten in, en ftort u zwart fenyn, Al dat een ander haat dat zal myn weldaed zyn. k En fchrik niet voor de dood, zy ismynshertenwenfehen •Zy is een ze'ker lot, een wech' voor alle menfchen. 'Zy is een vallen trooft voor die in droefheid leeft, En hierin 't aardfche dal geen vreugde meer en heeft Nu fteekt in deze arm, hy plag hier in te ruften, Die ftof en voedzel gaf aan myn verdwaasde kiften;

Kom