Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INVAL

B IJ EEN

EENZAME WANDELING

VOORBIJ ZEKER BUITENGOED.

Wen ik, ftads gewoel ontweeken, laatst vermeide in 't open veld En , door all' wat mij omringde, 's Scheppers grootheid zag vermeld, Zag ik weêr Natuur herleven in de kruiden , boom en plant: Willens, dagt ik, moet hij blind zijn, die niet ziet een wondre hand. Daar de kille en barre Winter met een' grauwen fluicr pronkt, Door de flauwre zonneglansfen, fchaars of maar ter loop belonkt; Is 't nu all' in vollen luister, en het koestrend' zonne licht Zendt haar dralen nu weêr milder, toont een vriendlijk aangezicht. O! hoe zalig waar 't genoegen, Zonne der Gerechtigheid, Wen ge in dorre doode zielen leven wekkend licht verfpreidt! Jefus! wien ik ('t gecv' mij hartzeer) zoo moedwillig fnood verliet, Slaa uw teder lievende oogen op mij neêr in mijn verdriet! —. E I

Sluiten