Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234 Vyvde Predikatie,

VI: 12. En o! hoe welgelukzalig is de man, wiens luft is in des Heeren wet , overdenkende zyn wet dag en nacht Pf. 1:2. De eerfte Chriftenen plagten zelvs vrywillig te waaken, om dat zy anders geen gelegenheid vonden om hun» nen godsdienft met elkander veilig genoeg te konnen oeffenen. Maar hoe nochtans ook hier Uit ontftaan zyn de zoogenaamde Vigilia of bygelovige Nachtwachten [a~\, in de Roomfche kerk, en wel byzonder in de Kersnacht, be, hoev ik te minder aantewyzen, om dat men daar in vry wat verdienftlykheid begon te ftellen.

In allen gevalle, daar de Gelykenis der tien maagden figuurlyk te verftaan was, heeft de Heiland buiten twyfTcl ook meer eene geeftlyke waakzaamheid gevorderd. • —- Laat ons ook dan nu zien wat daar toe behoort.

In het gemeen wordt 'er toe vereifcht eene geftadige en zorgvuldige aandacht van den geeft, om zich te hoeden voor alles, wat aan het geeftlyk leven eenig nadeel zoude konnen toebrengen, maar in tegendeel zich te houden in eene levendige opgewektheid tot het betrachten der pligten, die wy fehuldig zyn waar te neemen. —s Immers zoo is 't met de gene, die waaken. Zy paffen op hun werk en beroep. En moet dan ook de menfch, die in eenen overdrachtigen zin gezegd zal worden te waaken, zich mede niet in het geeftlyke wel beraaden, wat hy te verkiezen heeft tot zyn beft ? Moet hy niet eenig quaad voorziende, zich daartegen verbergen Spr. XXII: 3. XXVII: 12? Moet hy niet acht neemen op zyn eigen toeftand, en

op

[«] Dc his vide Joa. Binohami Origines & A?itig, geel Lib. XIII. Cap. IX, § IV. p. m. 388 feqq.

Sluiten