Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 ZOUTMAN.

Ik zag nogdeezennacht.in'twoènderoorlogsrampen,

De Vloot van Nederland met die van England kampen.

En, ach! een donderkloot, van den ontmenschten Brit,

Op'tbloed vanmijnenHeld,alfnorrende, verhit,

Beneemt Hem onverwachts, in zijnen post het leven!...

O Hemel! wie zou niet voor zulk een denkbeeld beeven?

Wie ijst niet, als hij ilegts, de fchaduw boorden ziet ?

Wie weent van droefheid op dit ij slijk fchouwfpel niet?...

K 'Jl a t j E.

Mevrouw, ach floor U toch aan geen verwarde droomcn,

Die ons in 't donfig bed al flapende overkoomen ! Mevrouw zoutman.

Ik flaa ook geen geloof aan 't geen ikdroomend' zag; De tijd, defnelletijd, brengt alles aan den dag; Maar echter vrcez' ik toch, dat Neêrlands wakk're Helden,

Methunne kleine Vloot, nooit de ontrouw kan vergelden :

©f

Sluiten