Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

228 Verzameling van Stukken betrekkelyk tot

ke ConftHi'tie, en deze, door zoo veele rampen onlangs geteisterde, doch naast God, door uwe voorzichtigheid, ter nauwernood behoudeneStad! die, eerlai g ook door den medehulp van mynSuccesfeur (die ik tot's Lands en Scads heil, gelukkige i dagen, en meerdere talenten, dan de mynegeWi est zyai, volhartigtoewenfche) tot voorige luister moge opklimmen, en onder een dankbaar gevoel -óór hunne weldoenderen, een treffend voorbeeld greven moge, van eene ftille, eendrachtige, gelukkige, en hun Overigheid minnende Burgery.

Wat my betreft, gevoelig en dankbaar aan de eer, bu'p en vertrouwen, waar van deze Ed. Gr. Achtb. Raad , my geduurende mynen by na negenjaarigeD dienst, zoo veel blyken heeft doen ondervinden, en my ten redrigften beveelende, in derzelver gunfl ig en geduurig aandenken , keer ik te rug tot een ambteloos leeven, en tot de kring, myner voorheen geliefkoosde, en federt eenige jaaren afgebrookene ffudien, doch zal in 't zelve of in zoodaanig eenen fland, waar in de Voorzienigheid my immer mogte ftellen, die oogenblikken altoos gelukkig achten , waar in ik zoude kunnen doen blyken, hoe zeer de betrekking van myn hart tot U Ed. Gr. Achtb. door het ntderleggen myner Bediening , g< ene de minfte verzwakking heeft ondergaan. —■ Terwyl ik te vreede met myn lot, my onderwerpe aan den wil van God Almachtig, die dit alles om wyze eindens doet , die gegeeven- en genoomen heeft, en wiens JS'aam ik loove.

't Is met die gevoelens, dat ik de eer hebbe my tot den laatstüen adem te noemen.

Edele Groot Achtbaare Heeren!

Uw Edel Groot Achtb. onderdaanigea en zeer gehoorzaamen Dienaar.

(was get.) H. van Wyn.

Gouda, den 25 Maart 1788.

No.

r

Sluiten