Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de GelMienisfen in 1787 enz. voorgevallen» 21

gens zekere poinöen zich bezwaarende, en by nadere inftantien van den 23 Oftober 1536 daar by perfisteerende, onder anderen uitdrukkelyk hebben verklaard: „ dat alle de Ptslaaten, en de Heeren „ van de vyf Godshuizen, die Edelen en gemeen» „ Ridderfchap, en de goeden luiden der Stad, ende 3t 's Lands van Utrecht, van ouden herkomen al-

tyd hebben mogen jaagen en vliegen, zoo by „ hun als hunne dienaars, het welk haar niet beno-

men hoordt te worden."

Welke poincten van Doleantie, door de Heeren Staaten aan den Heer Graave van Hoogstraten overgegeeven, door Hoogstdenzelven Heer Graa» ve van Hoogstraten aan het Hof Provinciaal, om daar op te antwoorden, toegezonden, en door den Hove op dit 21 Artikel van Doleancie geantwoord zynde: „ die Edelmannen mogen met honden haa„ zen, en met vogelen om haar gepoegte patryzen „ vangen, en zoo verre iemand vrydom prseten„ deert, zal het zelve aan de Keizerlyke Majefteit „ of zyn Majefteits Raaden mogen vervolgen." * Zoo kan men wel voor het tegenwoordige niet y pertinent opgeeven, in hoe verre Keizer Karel en zyn zoon Koning Philips den tweeden , aan de Heeren Staaten, op deze hunne Doleantie, fatis. factie gedaan, of aan het antwoord van den Hove gedefereerd hebben; de gevolgen echter toonen, dat boven die genen, welken zyn Majefteit tot de exercitie van de Jagt kent, nog andere Perfoonen geweest zyn, welke zulks vermogten te exerceeren, dewyl by het Plakaat van den 20 July 1548 word gezegt: „ en alzoo by voorgaande gepermitteerd en toegelaaten wordt de genen te jaagen „ en te pertryzeeren, die zyne Majefteit daar toe „ kent, en (NB.) zulks vermogen te doen."

Onder welke laatften, de Vertoonders vermeenen niet alleen te moeten verftaan worden: ,, die Edel„ mannen," ter oirzaake van het min disfavorabel antwoord van den Hove ten hunnen opzichte gegeeven, en hier in beftaande: „ dat zy EdelmanB 3 3, oen

Sluiten