Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maans haln Middellyn. 99

De geringheid van dit Verfchil is de reede waarom wy hier de Verfchillen niet bygevoegd hebben: de aftrekking is te gemaklyk dan dat ieder, die maar en weinig ervaren is, ze niet in een' opflag van 't oog zoude kunnen doen. Voor 't overige is de regel voiftrekt de zelfde als die, welke wy voor Zons regte Opklimming of Declinatie,of voor de Tydvereffening enz. gegeeven hebben: behalven dat, daar de tusfchen tyd hier maar van 12 in plaats van 24 ü. is, men de Xllde in plaats van de Xlde Tafel gebruikt.

De Middellyn der Maan fchynt grooter, naar maate dc Maan dichter by de Aarde is: en daarom kan men uit de fchynbaare grootte van die middellyn , of halve middellyn, over den afftand der Maan van de Aarde oordeelen; en dus weeten of de Maan in haaren gerin'gften dan ofzy inhaaren grootften afftand, dat is, in haar naafle dan in haar verfle punt is. Indien, by voorbeeld, de Maans halve middellyn den 23 February op het kleinst is, den 10 op het grootst ; zal de Maan den 23 February in haar' verfte, en den ic in haar naaste punt zyn; 't geen voor de bepaaling van de Watergetyden van eenig belang is.

Maar de Maan, al is zy op den zelfden afftand van het Middelpunt der Aarde, is niet altoos even ver van ons oog, of van ieder waarneemer op de oppervlakte deiAarde af. A Is zy in het toppunt T is, is haar afftand A T van de ftandplaats des waarnemers gelyk aan het verfchil A T tusfchen haaren afftand M T van het Middelpunt ,en de halve Middellyn M Ader Aarde:of,daar de afftand der Maan van het Middelpunt der Aarde omG 2 trent

Sluiten