Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tweede Hoofd/luk.

233

en zondt hem terug met een brief van den Raad te Pondichery, die in deeze bewoordingen vervat was.

3, Ik, Keizer van Ava, Koning der Koningen en >, van alle magt, doe U weeten dat ik den brief „ ontvangen heb, welken uw Gezant, de Heer „ FéRAOD my heeft ter hand gefteld met de ge-

fchenken, beftaande in een ftuk rood fluweel, „ een ftuk zwart fluweel, een ftuk geel fluweel, „ vyf ftukkenzoo gouden als zilveren doffen, twee „ pakken gouden, en twee pakken zilveren galon„ nen, agt honderd vier en twintig kleine mesjes,

een fnaphaan met een dubbelden loop met goud j, ingelegd, vyf honderd vyf en twintig gemeene ,, fnaphaanen, twee honderd zes en tagtig kanons, kogelen,agttien honderd fnaphaan-kogelen,hons, derd gevulde] granaaten, een vat vuurfteenen, „ tien vaten kruid. Ik heb den brief ook ontvan„ gen, welke Uw gezant my heeft ter hand ge-

fteld, en welken myn flaaf Milard (a) my ver-

„tolkt

(«) De Heer Milard hadt op de Galathea als vrywilliger gediend; hy hadt het geluk de flagting der Franfchen te ontfnappen, en de vriendfchap des Konings te winnen, die hem het ampt van Groot-meester der Artillerie, en Kapitein zyner lyfwagten gaf. Hy deedt den Franfchen in verfcheiden gelegenheden gewigtige dienften, en met naame aan den Heer de Gouyon , die over de Castries het bevel voerde en geduurende de onlusten van het jaar 1775 in dat land P 5 was,

Sluiten