Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESTRAFTE BYGELOOF. 29

Mejuffr. Bigöt.

Hebt gy dan niets vernomen ? Houd op, gy die daar bid, 'k zal aanflonds by u komen. Hebt gy dat niet gehoord?

K a a t je.

Ja, ik hoor het nu van u. Mejuffr. Bigót. Neen, met een andre Hem.

Kaatje.

Een andre ftem? wel nu! Mejuffr. Bigót. Zo riep Sint Nicolaas, toen ik hem lag te fmeeken. Wat eer! een Heilige vereert my aan te fpreeken.

Kaatje. Hoe! is 't wel mogelyk! Ach, wat ben ik verheugd! Hij koomt dan hier? Voorzeker beloond hy uwe deugd. Hoe zult gy zulk een Heer, na zyn waardy, ontfangen?

Mejuffr. Bigót. O! zulk een Heilige, die fteld juist geen belangen, Of men hem zyn refpecl met waerldfche ftaatlle toond, Zo maar een heiige vrees in onze zielen woont; Zo maar het diepst van 't hart van ftegtheên is ontllagen.

Kaatje. Zyt gy dan zo, Mevrouw ?

Mejuffr. Bigot.

Jk zal daar zorg voor dragen; 'kMaak', dat, wanneer hy koomt, ik voor hem ben bereid.

DER-

Sluiten