Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL.

27

fabiaan.

Myn heer kreeg een kruis door 't knoopsgat, en ik deeze medaille.

tobias.

Een kruis? braave jongen! Welk eene vreugdehebbe ik reeds van deezen jongen gehad! — gaa, ryd, draaf, galloppeer ! hy moet koomen ! ik wil hem zien. Ik wil my verheugen ! Zeg hem , dat ik de )icbt heb, maar dat ik my 'er niet over bekreune, en, alle doktoren ten fpyt, nog altoos een vrolyk mensch ben. (hy loopt heenen.)

therese.

Zeg hem ook van my — (Zy Uyft Jleektn.)

fabiaan.

Wat dan, genadige freule?

therese, verlegenWal gy wilt.

fabiaan.

Gy begeerde te weeten, of hy geblesfeerd zy?

therese, angjïig. Wel? ik wil niet hoopen >—

fabiaan.

Hy gaat met eene zwaare wond. /

therese.

Waar? waar ?

fabiaan, wyst met eene taktifche beweging op 't hart, laat de hand even zoo flyf weder vallen, maakt rechts-om keert, en marcheert af.

C 3 THE-

Sluiten