Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

id CODRUS,

Geheel Athene waande u reeds ontzield te zijn:

Gij zijt van The'eus bloed ; uwe eere is ook de mijn'.

Door laffe nedrigheid behieldt gij nooit uw leeven.

MEDON.

Neen, Elifinde! 6 neen: gereed het op te gceven, Ontwijdde uw zoon den roem van zijne vadren niet. 'k Ben verr' van laag , mevrouw! fchoon gij me zuchten ziet. Vergeef des, 'tgeen' de liefde uw' zoon beveelt te vraagen : Leeft Philaïde nog ? kan ik haar nog behaagen ?.. Waar is zij?.. Is zij dood?.. Is zij mij ongetrouw?.Ik beef!.. ach ! uw gelaat... ik bid u, fpreek, mevrouw.. . Gij zwijgt!— Verlos mijn ziel van haar angstvalligvreezen.. 6 Goden! riep uw magt mij andermaal in 't weezen, Opdat de wreedfte dood mij treff' metdubble fmart?.. Meld mij mijnlot,mevrouw!—Hoeklopt mijn fiddrend hart!

ELISINDE.

Zij leeft!—Maar welk een oord hield u zoo lang verborgen ? Ach! onbedachte! is dit voor uwe liefde zorgen?... Gij gingt naar Thebe, en koomt zoo fpade en eenzaam weêr.

BI E D O N.

Ik ging naar Thebe , en daar ik fpaê, doch moedig keer'... Goón! was mijn oog bedekt door eeuwge duisternisfen I Ach! Elifinde! fpreek: moetik mijn noodlot gisfen ? Treft u mijn liefde niet, voor 't minft' treffeu een zoon: Zij leeft en mint mij niet! Is dit mijn trouw ten loon!.. Zij leeft en mint mij niet!.. Ik lees het uit uwe oogen! Gij zwijgt uit deerenis. Och! wees met mij bewoogen! Wien offert zij mij op?...

ELI-

Sluiten