Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8 LIER-ZANG.

Vorst Aladijn fpaart magt, en rekt genade,

SchoonZe!fS2,jnGodsdienstpreekt:,;0!intes moet vergaan." Maar gij, voJ kristen moed, gaat met uw hart te rade, En kunt zelfs konings gunst weêifTaan.

U, dus verfierd met die hoedanigheden, Die't zedigMenschdom deugd en waaregrootheid noemt, U, zien wij als een Held het grootsch Tooneel betreden> Wien ons gejuich voor de eeuwen roemt.

Verpligt, geboeid, of met een troon befchonken, Gij zijt o l i n t e s (leeds: uw roem, uw eer, uw naam , Moet niet aileen voor 't oog van onze kenners pronken. Maar voor Europa door de Faam.

Laatdunkendheid, die over alle dingen Onnodig 't vonnis velt, beproeve aan u haar kracht, ■/y> feilde* minden'Ilraal niet aan uw' glans ontwringen, U te eeren, is niet in haar maft.

Leef

Sluiten