Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. t|

MORTIMER.

En toch zijn zij verraaders. '

EDUARD.

Verraaders?.. „Logengeesti» wat helfche razernij

Vervoert u?..

MORTIMER.

Mij ?.. de plicht, de waarheid fpreekt door mij. EDUARD.

Neen, valschheid, wreevel, haat; -veeleer zoude ik gelooven,

Datgn-gyzelf _ de kroon dorst waagen mij te ontrooDatgu- gij zelf „mij fchelmsch dorst naar het leeven Maar mooglijk liet gij u door loos bedrog verraên (Haan- Lankaster ?... Ednumd V. zij ? —bezefeens welke naam'en' Hoe groot, hoe dierbaar ons! —Toen wij teSunolkkwamen, Ontbloot van alle hulp, verarmt in hoop en kracht, Wie boodt ons zijne hand ?.. wie hielp ons. door zijn m'agt'.. MORTIMER.

Zij! want toen waanden zij - uw hand den flafteont-

draaijen.

Bedrogen, zien ze eerlang u zelfden fchepter zwaaijcn • En nu toont zich hun trotsch, weleer bekleed metfchijn, Ln zal, zo gij niet ftraft, u ras verfchriklijk zijn Ja, pnns! gij kent mij ook; mijntijkdom, rusten leeven' Niets was mij ooit te duur om voor u weg te geeven ' Hier hoorde ik zelf, mijn prins ihunn' fnoode reden aa'n: 1 Veel"

Sluiten