Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 2j

ALLBRAND.

Lieve hemel, koomt u dat vreemd v<5dr ? Gy kent de waereld, gy weet,hoe gaarne iederen fchurk den beteren mensch tet zich vernedert.

MOORLAND.

En hoe luiden deeze historietjens ?

ALLBRAND. Waartoe wilt gy i...

MOORLAND.

Ik daag myn' vriend uit, om my te andwoorden.

ALLBRAND.

Dan moet ik zeker gehoorzaamen. Men zegtj uwe vrouw — doch verlchoon my ? — MOORLAND.

Neen! neen, ik geloove toch nog niet écn woord van dat alles.

ALLBRAND.

Nu, men zegt dat uwe vrouw jegens den vorst zeer goed geweest zy; recht zeer goed.

MOORLAND. Wat wil dat zeggen ?

ALLBRAND.

't Is immers wel mooglyk, dat de perfoon, en de beminnenswaardige hoedanigheden van den vorst veen jong meisjen voor eenige oogenblikken verblind hebben. Al 't overige zyn kwaad'a'artige byvoegfels, MOORLAND.

Volkomen recht; maar dat men zich durft veröorlooven dusdanig van Moorlands echtgenoote te fpreeken. —

B J A LL<

Sluiten