Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ö Dichtkunst! gy ontfonkt myn ziel, En leid my daar ik nederkniel, In 't Hof voor mynen Heilands voeten. De ftal, waarin de kribbe Haat, Blinkt fchooner dan de dageraat. Hier zal ons niets dan heil ontmoeten.

„ Ik kniel voor uwe kribbe, ö Heer!

Naast deeze onnoosle herders neer, „ En offer u, met de ooster wyzen, „ In plaats van wierook, mirre en goud, „ Een hart dat op uw gunst vertrouwt, „ Terwyl-we uw' naam in dichtmaat pryzen.

Zo verr' de Bosch ontfonkte my Uw Godtgewyde Poëzy, Dat ik des Heilands lof moest zingen; Gy maakt myn dichtkunst los van de aard', Zy vliegt met de uwe hemelwaard, En wil door lucht en wolken dringen.

Maar ach! zy is te zwak en teer, Zy flrykt haar flappe vlerkjes neêr, En poogt vergeefsch u naa te flreeven. Loof, loof de hoogfte Majefteit! Zy kroone u met de onfteiflykheid, De kroon des heils, in 't eeuwig leven.

P. LANGE ND TK

2 OP

Sluiten