Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VRIENDSCHAP. 25

Een lieve kalmte volgt doorgaans op wijs beleid,

En ijders achting wint oprechte vriendlijkheid,

Ja! fchoon 't eens hier om laag van ijder wierd vergeeten,

Blijft dan de beste loon niet nog een blij geweeten,

Zo teeder van gevoel, als d'appel van het oog,

Die 't kleenfle zandje ligt tot eene traan bewoog?

.Beminlijk Christendom, waar is uw oude luister? Hoe taant uw heldre glans! ó wat al aaklig duister! Hoe wordt het heilgeloof niet vaak in 't hart beflreên, Door traage lustloosheid, door naare angstvalligheên. 't Geloof wordt fterkst gefchokt, waar 't mangelt aan de blijken. Dat wij dan daaglijks meer 't geftrengiTe vonnis ftrijken, Ook over elke daad: wij blijven onvolmaakt;

Doch 't is de vraag of't hart op God betrouwend waakt?

Bcftrijden wij vooral dat overhaastend oordeel, Dat alles ligt beflist en plooit naar eigen voordeel.

En fchoon ook moedloosheid ons vaak hier in beflxeed,

Hij had geen Borg van doen, die hier zich zelv' voldeed. Wij moeten, arm van geest, een hooger kracht ontvangen: Welzalig, die daar van (leeds biddend af mag hangen!

B 5 ó D«

Sluiten