Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN VOORBEELD TER ONZER NAVOLGING. 233

| Warom zullen wij onze hooggeftapelde overI tredingen nog hoger Stapelen, door nalatig te | zijn, in het bekennen van dezelve ? Zullen 1 wij uittellen, 't geen heden moet gefchieden? | Zullen wij het alleen uit Sleur doen, en voort| wanen, dat wij eene aan God behagende, voor I ons voordeelige belijdenis onzer zonden hebj ben afgelegd, als wij zielloos, enkel werktuiI gelijk, zonder innig hartsgevoel tot hem geI zegd hebben, dat wij zondaars zijn ? O! dat ï wij heden doen, 't geen wij morgen misfchien

niet zullen kunnen, en mogen doen dat

j wij heden doen, 't geen wij nog nooit regt ) gedaan hebben, of, zo de Genade Gods ons ; daartoe verwaardigd beeft, tog nimmer genoeg

! herhalen kunnen dat wij heden onze zon-

: den belijden, verfoeien, verlaten —■ dat wij ; thans, daar wij voor Gods heilige tegenwoor\ digheid Staan , als met duizendmaal duizend )« openbare en verborgen zonden beladen , aan 1 den dood onderworpen, vloekwaardige ellen1 delingen, ook voor hem Stonden met regtma3 tige Schuldgevoelens in ons hart, met tranen ivan berouw in onze oogen —■ dat wij thans 3ons verootmoedigd hart aan God konden, en

I wilden aanbieden dan konden wij ons

verheugen , dat wij bier faamgekomen waren , en ons beangftigd gemoed laven met dien he! tnelSchen, dien Goddelijken troost, dat, indien P 5 wij

Sluiten