Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36 SINT NICOLAAS of het

Kaatje. Gy zoud dan hooren , dat hy een af keer had Van alle dwinglandy, die nimmermeer bezat, En dat hy Ifabelle een vryè' keus zou geeven, Met wie zy, in den echt vereening, wilde leven.

Mej. Bigót. Ik denk dat hy haar toch dit huwlyk aan zou raan.

Kaatje. Ik deuk dat gy uit hem iets anders zoud' verftaan. Gy haakt nu naar zyn komst, maar het kan wel gebeuren , Dat gy, na zyn vertrek, zyn komst nog zult betreuren, Zo hy niet, door zyn kragt, uw oog en hart verlicht.

Mej. Bigót Wat dat hy moog' begeeren, volge ik, 'als myne plicht.

G r y p e r t.

Ik zal my ook aan hem heel onderworpen toonen.

Kaatje. Ja, zo gy dat niet deed, zou hy u mooglyk kroonen.

Isabel, Waar mee toch zou dat zyn?

Kaatje.

. , . Met hoorens van een ftfer-

Want wie onbuigzaam is, is even als dat dier.

G r y p e r t.

De Hemel hoede my! dat zou ik vast befterven; Maar knoop nog op gena, die'k mooglyk zal verwerven. Kaatje.

Ja., moog'lyk; maar denkt gy, dat hy niet duïdlyk weet Dat gy met woekeren u meesten ryd hefteed? ' JJ."t gy het noodige uw lichaam durft ontfteelen Om aan uw woekerkist meer fchatten mee te deden?

Die

Sluiten