Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 167 )

noodzaaklyk eene beftendige en onmiddellyke bewustheid zyner werking' heeft fj). Kort. om; onze rede is eigenlyk ons menschlyk verftand, te gelyk met de ftof, die het zelve bewerkt, of, de voorwerpen, waar omtrent het verkeert: en door deze twee dingen van elkander af te trekken, is de onderfcheiding van onderwerplyke en voorwerplyke rede geboren. De onderwerplyke, de eigenlyk gezegde rede is alleen een vermogen, om zich iet voorteftellen, Cfacultas fibialiquid reprafentandi) en daar na zich te gedragen. Dit vermogen verfchaft zich zelf by ons menfchen, en waarfchynlyk by geen gefchapen wezens ,hoe verheven ook, de ftof of de voorwerpen niet, waar omtrent het werkzaam is; dezen moeten wy buiten ons ontleenen (r), dit gefchiedt, althans by

ons,

Qq~) Van de IFynpersfe, Mctaphyf. §. 411.

Cr) De menschlyke rede is flechts een vermogen, om te kennen en te beöordeelen, en geeft door haar zelve geen ftof of voorwerpen aan de hand, om te bewerken, ten zy men hier toe de onmiddellyke bewustheid van zyn aanwezen >vilde brengen: dan , dewyl deze eene eenvouwige bevatting of voorftelling is, geeft ze alleen geen ftof aan de hand, om uit vergelyking, aftrekking, zamenvoeging enz. te redekavelen, en te oordeelen, het welk echter onaffcheidelyke voorwerpen der rede zyn, L 4

Sluiten