Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de Nederlanden, (Hoofdft. I. % VIIQ 33

't Graefdinghe verleggen na den Sfte dag van Paefhen in eene week van ope ?daghen. En kort daarna, de Graef kon in zijne plaets zetten eenen «vrijen Edelman, die Ridder was, omdat Graefdinge uittedingene. Welke laatfte woorden, (en 't zy genoeg dit hier in 't voorbygaan aan te merken; in 't vervolg daarover breedef;) fchynen te beteekenen, dat by afwezigheid van den Graaf een ander zynen post konde waarnemen; maar dat, als de Graaf zelf tegenwoordig was, alle de Beambten, Bailluwen, Schoutenen andere, in alle de Graafgedingen de plaats van zynen perfoon bekleedden; en dit gevoelen wordt ten opzichte van Zeeland, ook begunftigd door den Heer van de spiegel, II. D, van't Vlisf. Genootfch. en trotz, Jus Public, cap. 6. §. 2.

De zaken, die daar bellht werden, kan men zoo uit de aangehaalde, als uit eene andere plaats opmaken; in't Privilegie van jan li. Graaf van Henegouwen en Holland, 9. Juni 1303. aan Zuid - Holland gegeven, worden zy opgenoemd, Vredebreuk, Vrouwencraft, Hooftwonden, leedslang en nagels diep, huijsftootinge, fchutgoedefen, wezengoed, Vrede te eifchen, Manftagt, Wapendrenken, Doodjlag, diefte, enz. (6S1).

$. IX.

Behalven deze Magiftraatsperfoonen of Graaven, in ieder territoir of Landftreek, waren er nog andere mindere Ambtenaars, die of, by afwezigheid van den Graaf, in zyne plaats, over de

i^echts-

(68) mieris II, D. b'. iS

C

Sluiten