Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERTIENDE BRIE*.

'53

DEiTIENDE BRIEF.

WA A B. D B H E E Jt,

JEindelijk, om volkomen affcheid te nemen van het meergemelde gefchrift, wil ik in dezen laatften noch met weinige woorden iets aanmerken op het gene de heer V. H. heeft goedgevonden te fchryven («) over myne zesde aanteekening van de Handvol, rakende eenige Nederduitfche woorden , enz. Dit heb ik, gelijk gy u herinneren zult, met opzet tot hiertoe uitgefleld, ómdat het weinige gemeenfchap had met de overige flolfen. En misfchien zal de een of ander oordeelen, dat ik het, als iets van geen belang (&), wel geheel

had

(a) Spotter, bl. 63, en verv.

(b) By dezen fchiet my te binnen het gene Quin&ilianus fchrijft, Inftit. orator. I, 7, p. 92, edit. Burm.:

Redit autem cogitatio, quosdam fore, qui haec, quae diximus, parva mm'iism, et impedtmenïa quoque majtts 'dïtauid agendi, putent. Nee ipfe ad extremam usque ansie-

Sluiten