Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gevolgen der opvoeding.

123

AGT- EN- VIJFTIGSTE BRIEF. pt Heer jacob van veen, aan Mevrouw

elizabeth stamhorst. mevrouw I

Zult gij het niet al te vrijmoedig achten, als gij ziet dat ik u alweder met een' brief lastig val? ik vlei-mij u wèl genoeg te kennen, om daarvoor «iet te duchten gij Mevrouw behoort niet onder zulke Dames, die het beneden zig achten, zig intelaaten met jonge lieden, ook als die jonge lieden geen ander^oogmerk hebben dan, door haaren wijzen raad optevolgen, beter, en ecnpaariger goed

te worden mijn hart is vol, en dewijl ik in

waarheid geen een vriend heb; niet uit ftuurfche ongezelligheid, of om dat ik mijn ideaal van een' vriend te verheven ontwierp, maar om dat ik tot nog niemand aantrof, voof wien ik eenige bijzondere genegenheid gevoelde, of die mij van zijnen kant bijzondere genegenheid betoonde, neem ik dies te eerder de pen op, om aan Mevrouw sta schorst mijn hart te openen, en haar nogmaals over mij zeiven te onderhouden; vertrouwende dat zij met haare natuurlijke minzaamheid dit alles ten beste fchikken zal.

Sluiten