Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4i6 PR IJ.

Gelijk prij voor kreng een fcheldnaam is ; zoo is ook in't fr. carogne, van caronia, carof]

[PRIJG1,

ter dan nabij, Jof. in Doch. Door 't maegfchap van de baren, Huigens bl. 139. Kardinaelfchap ; Die 't Kardinaalfchap opeezeid had, Hooft Henr. de Gr. bl. 123. het Chriftenfchap voor den ftand der Chriftenen , geen bloet maekt iemant eêl, madr deught en 't Chrijlenfchip , Vond. Maagdebr. Het meefler. fchap , Decker lof der Geldz. Het Stedehouderfchap , Vond. Jo. Boetgez. bl. 26. Het Schepenfchap; hij bekleedde den Raet en ^ Schepenfchap, Vond. Poëzij, I. Deel bl. 562. Het Komngfchap, Vond. Held. Gods. bl. 95. Dus zegt ook Bredero, wien wij echter niet al te veel mogen vertrouwen, in Terol. Het beulfchap , het diefleierjchap. Bij Hooft Nederl. Hilt. II. Deel 21. B.; Het Ambasfaatfchap, als ook het Ballingfchap; hij heeft veertien Jaren het ballingfchap [of bannelingichap dat is, banneling te zijn] gedult. Van-gelijken ook hst genootfchap , van welk woord zie ook op BONTGENOOTSCHAP, bl. 77. hetwelk uit deze aanmerking zijn licht ontfangt. Betrek vervolgens hier onder de woorden Lantfchap ; Echtfchap; JSlutfchap ; Waardfchap , (convivium , epulaef) Craaffchap , Heerfchap , 't zij voor iemand , die het beheerfchap, dat is, Heerfchappij heeft, of voor het beheer/chip, de Heerfchappij zelve. Van het laatfte ftraks nader.

Zagen wij dus, hoe het heden tert dage gelegen zij met het geflacht dezer woorden , en hoe het geen in den eerften opflag ongeregeldheid fchijnt, dikwils de hoogde regelmaat zij; thans dienen wij in te zien, hoe het bij de Ouden gefield ware, en waar het uit voortkome , dat wij tegenwoordig daarin zoo onzeker zijn. Daar men uit het boven aangeroerde overvloedig opmaken kan, dat alle woorden, die den «"gang fchap achter zich hebben, oudtijds uit kracht van hunnen uitgang fchepe , geenen uitgezonderd , Vrouwelijk zijn geweeft; heeft het niemant vreemd te dunken , dat van alle die woorden , welker voorbeelden ik onder de laatfte foort als Onz. opgegeven hebbe , uit vroeger Schriften ook voorbeelden van hun Vr. kunnen worden geleverd. Zoo vinde ik van dat zelfde Onz. Priejlerfchap , voor de bediening genomen, in de Gulden Legende I. Deel bl. 120, die oerde , (dat is, orde j der Priejlerfchap aennemende. Zoo ook Ridderfcaap, Die den Regel der Ridderfchap, oft dsr RidderUcke oerde nyt en weten , Veldenaar , in de Chron. bl. 33. en zonder onderfcheid , kort daar op , voor de Ridders zelf; Ende hoe deze Koer, d. i. Keur, meer onenbaer wert ,hoe datier meer blijfchappen was onder die Ridderfchap. Zoo bladz.

116;

Sluiten