is toegevoegd aan uw favorieten.

De huwlyksgift, tooneelspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iaa DE HUWLYKSGIFT,

darner. (ïn volle ontfleldtenis.) Leeft? leeft! geloofd zy God! hy leeft? gezegend zy uwe komst in myn huis, mynheer! wat begeert gy, waar leeft hy, waar? Wilt gy horologien, geld, een capitaal, ringen — ontvang ondertusfchen den handdruk van een oud eerlyk man! waar is myn broeder? waar?

morfeld. Hy bevind zich in...

darner. Ik kan immers daar heen reizen? fl Ja dit kan ik, ik worde niet zeeziek, ik houde het uit, myn natuur is fterk.

morfeld. Hy zal by u komen.

darner. Komen — komen! wie zyt gy, hoe weet gy dit?

morfeld. Myn getuigfehrift aan u...

darner. (Driftig.) Spoedig, geef hier!

morfeld. (Slaat een gedeelte der roksmomv, zo eek van het hembd, boven de rechter hand, op, en ver* toont hem den arm.)

darner. (Hy befehouwt den arm, vervolgens het gezigt van Morfeld, en treed met een luide fchreeuw te rug.) Groote God !

morfeld. (Zyne armen openende.) Rudolphi

darner en morfeld (te zamen, daar zy in elJeanders armen vallen.) Broeder!

darner. Heb ik u weder!

morfeld. De zucht om u weder te zien deed my andermaal de gevaren der zee braveeren!

darner. Zyt gy het? heb ik u weder? nu laat