Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26

DE VIRTUOSEN.

knuppel, gaat tusfchen beiden. Piano! piano! de onfchuldigfte onnozelheid!

hofraad.

Fraije onnozelheid» (leekt daar niet een vreemd Kaerel, alleen in een Zijdvertrek; en die kostelijke Heer Broeder Haat op fchild wacht! — Verwurgen kon ik haar — dat eerlooze ding.

knuppel, als vooren. Dolcel dolcel Zij was verleid! niet waar, mijn kleine lieve Orgelpijp!

hofraad.

Wie was die vreemde Kaerel?

ludovica.

Hij is de Hofadvocaat Walter, een man, van wien men alles goeds (preekt; en die, — en die, — en die.... hofraad, haar. napraatendé.

En die, en uie, — en die — federt waneer kent gij hem ?

ludovica.

Jk leerde hem, vcor eenigm tijd op het Bal kennen.

knuppel.

Ja, ja! die bals, die bals! — daar haaien Zy niets, als de fpilzucht en hoorns en neuzen, voor vreijers en Echtgenooten.

HOFRAAD.

Hebt gy, verkeering me:-hem?

knup*

Sluiten