Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L IJ S P E L. 25 KAUTZER, toornig. Dat heb ik wel gehoort — dat behoeft gij mij

niet te verta'en — gij nieuwbakke Stroo-

jonker.

KITTMAN.

Zo gij niet ogenblikkelijk gaat", zal ik u den Weg wijzen.

KAU TZER.

Neem u maat in agt — dat — dat ik u de weg niet wijze.

KITTMAN.

jillons marsch, (hij neemt hem bij den arm, en wil hem de deur uitfleepen.)

KAUTZER, rukt zig los, treed op zij, en trekt de fabel, hij ftaat zo dat Kittman de deur uit kan. Nu zult gij gaan — of ik hou u den kop van den hals — tot een — fdc — fricasfée, laffe windbuil --• zulke Wachtmeefters als g:j — vind men overal — melkmuil — fchrijven kunnen de boeren ook — maar rijd eerst — zo lang als

ik mede — dan zullen wij zamen — praa-

ten. — Gij moet bij mij— nog wat fchool gaan.— ik was reeds Huzaar— eer gij noch op de —- wereld waard.

Sluiten