Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. B 'L IJ S P E L. *5 VIJFDE TOONEEL.

JORIS, FERDINANT, ter Ztjdi. JORIS.

2^ie daer nu de wooning van mijn lief, welaen Joris , wil u zelve nu verkloeken.

O! wat zal ik gelukkig weezen met een vrouw van zo veel oordeel en fmaek!

Ik voel dat mijn hart inwendig verfterkt wordt door het vooruitzicht van het huwelijksvermaek.

Zulk een beeld, zulk een engelin bemint mij! niets kan mijn vreugd wederftreeven,

Mijn waerdfte Leonoor, ik zal u altijd de kraehtigfte blijken van mijn trouw en waere liefde geeven.

Maer... wie daer? zeg eens heerfchap, beh je ook mijn zeggen gehoord?

Want zie, ik begeer niet dat een ander mijne geheimen weet.

FERDINANT.

Gij hebt gelijk, maer neen, ik hoorde geen woord.

JORIS.

Zijtgijhet, Heer Ferdinant, mijn aenftaende Neef?

dan is 'er niet aen geleegen, Gij zijt een befcheiden jongeling, en voor de zulken

heb ik nooit mijn geheimen verzweegen. Ik fprak van Leonoor, met wie ik, binnen kort,

denk te treeden in den echt.

D F E R-

Sluiten