Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HERDERS.ZANGSPEL. 15

mijns harten,hadt zij mij zien aanroeijen. Kóm, kom nu fpoedig, mijne Phillis! Met uitgebreide armen, met een hart vol liefde, vol teedre liefde, wacht u uw Dafnis.

Wil ik maar niet naar de hut van haare moeder gaan? en in haare armen vliegen? — Maar neen, ligt ging zij eenen anderen weg, en als wij elkaêr dan

niet vonden! ó Dat verlies was te groot; liever

wil ik haar zingende wachten.

ARIA.

Wanneer men wacht Naar 't voorwerp dat ons grierde,

Dan toont de liefde

Haar onbepaalde magt.' 'k Heb immers niets te duchten; Toch werkt de vrees in mij. Zou Phillis mij ontvluchten? Ik daar voor vreezend zuchten? Neen, neen, 'k heb niets te duchten. Koom,Phillis !koom, en plaats u aan mijn zij'!

Nog komt zij niet. —— Zeker zal zij niet willen dat de middaghitte mij weder doe (luimeren, als toen zij mij zo verrasfehend had vast gebonden, en mij, met bloemen flrooijende, deed ontwaaken, doch mij niet ontbinden wilde voor ik haar een lied zong. — Dat lied wil ik herhaalen; 't zal haar verheugen als zij het in 't naderen hoort.

ARIA.'

Sluiten