Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L. -

23

ZEVENDE T O O N E E L. monrosE) juliëtte; daarna joris,

MONROSE.

R.oep Joris.

JULlëTTE.

Met verlof, mynheer, dit heeft Blondyn my belast u te bezorgen.

MONROSE.

Gy weet niet wat daarin is?

juli ë tt e.

Neen , hy was droefgeestig ; ik hoop niet dat mynheer hem zal laaten vertrekken?

MONROSE.

Neen, 't was myn meening niet.

JULlëTTE.

Och! dat is goed, ik ga fchielyk om het hem te zeggen.

joris komt binnen met een zeer gemaakte houding.

JORIS.

Ik koom met fnelle fchreeden, en zelf zeer fchielyk , ja , men koomt veel fpoediger ■ als men fnel loopt, dan als men langzaam wandelt.

monrose, ter zyde. Hier moet men geduld hebben.

Tegen Joris.

Ik heb u droevige zaaken te verhaalen , meester Joris; lakten wy zitten gaan.

Joris.

Ik word geen meester senoemd, dan inde pleitB 4 zaal,

Sluiten