is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPÈL 99

Dat Julia hcur hart en hand aan een'zou fchenken, Die wreed den vrind heur 's Ooms vermoordhaiV—

leönard.

ó Myn Heer!

Verfchoon my — 'k zie myn fout, myn dwaasheid

die 'k weleer'

Niet zag *— wyl my de min wanhcopende kon maaken$

de Hr. van vredenstein.

*tls uvergeeven! — maar vergeeten wy die zaaken,

Een vriendelyk gefprek is in dit uur myn wil.

Zeg my eens ongeveinsd, waarom hield gy uftil,

Toen 'k u te kennen gaf waarom ik was gekomen?

'kHad immers, vroeg of laat, toch uwe zaakverno*

(men?

leönard.

Gy hebt gelyk, myn Heer! 't was liegt van my gedaan, Maar uw verhaal deed my tot wanhoop overflaan; Ja,had ik op dat pas uw byzyn niet ontdoken , Ik had my voor uw oog' gewisfelyk doorftoken.

De Hr. van vredenstein. 'tWas toch zeer wyfelyk.dat gy het eerfte koos.— Een ander had misfchien zich eene kleene poos, Met dit geval vermaakt. — En had gy wys gaanden-

( ken ,

Gy had gewis gezien, dat ik u niet kon krenken, G 2 Gy