Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(22)

T)e Schepping en Onderhouding van alle gefchaapene geesten, van alle zelfftandigheeden der ftofte, toont ons, dat het Opperweezen op iets anders onmiddelyk kan werken, zonder daar door zelve lyding te ondervinden: en waarom zoude het dan onmoogelyk zyn, dat Hy altyd, onmiddelyk, op het verheevenfte van alle gefchaapene weëzens, werkte, zonder daar door eenige verandering te ondervinden , of deszelfs aandoeningen te gevoelen ? In dat denkbeeld zie ik ook niets, 't welk Gode onbetaamelyk zoude weezen. » Ook kan men niet zeggen , dat die gefchaapene Natuur, daar door, haare vryheid verliest, alzo die Natuur, zo ongemeen verlicht , zo zeedelyk volmaakt is, dat zy het welbehaagen der Godheid altyd goed keurt, en daarom vrywillig opvolgt.

Voor zo verre wy nu de mogelykheid van deeze dingen verftaan, is de betrekking der twee Natuuren, in den Perfoon van onzen Middelaar, zeer wel te bevatten. Doch wilden wy deeze betrekking verder verklaaren, en, met ons bepaald verftand, doordringen , tot de wyze , waar op het Oneindig Weezen werkt, dan zouden wy ons poogen te verheffen, booven dien kring van denken , die ons door den Schepper van onzen geest, in den Staat der Sterflykheid , ons eerfte Oeffenfchool, is voorgefchreeven ; en de pooging, tot zulk een hooge vlucht, zoude niet alleen vruchteloos zyn , maar ons pok zeer kwalyk bekoomen, ten zy wy wysiheid hadden , om 'er nog tydig van af te

zier}.

Sluiten